Tipsheet Praten met je puber

BLOG • Praten met je puber

Een ‘goed gesprek’ met je puber; het kan een hele uitdaging zijn! We geven je graag tips om met je puber in gesprek te komen én te blijven!

Een goed gesprek met je puber, dat kan soms een hele uitdaging zijn. Omdat je kind geen zin heeft om te praten en al begint te zuchten nog voor je je vraag hebt gesteld. Of omdat het sinds de puberteit alleen nog lijkt te reageren met oneliners als ‘gaat wel’ en ‘weet ik niet’. En dat terwijl er best belangrijke onderwerpen zijn om het eens over te hebben: uitgaan, drank en drugs, het smartphonegebruik of gamegedrag, vapen, seksualiteit, de schoolprestaties, taakjes in huis. Hieronder een aantal algemene tips om met je puber in gesprek te komen, en te blijven.

1. Houd de lijnen open

Blijf nieuwsgierig en begin een gesprek met iets luchtigs en positiefs: “Wat ging er goed vandaag? Hoe was het online? Waar heb je om gelachen?” Stel open vragen als je meer wilt weten over de belevingswereld van je kind. Vragen als “Hoe was dat voor jou?” of “Wat vind je daar eigenlijk van?” kunnen helpen en leveren soms verrassende antwoorden op. Je kunt ook suggesties doen, maar probeer te voorkomen dat je gaat invullen, want daardoor kan de deur weer dichtgaan.

2. Toon interesse

Oprechte interesse tonen in het verhaal van je kind is de basis voor een positief gesprek. En dat is ingewikkelder dan het lijkt, want hoe vaak vraag je je kind niet iets terwijl je met iets anders bezig bent of je hoofd er niet bij hebt? Op die momenten is het lastig om echt aandachtig te luisteren, en voor je het weet trap je in een valkuil als oordelen, preken of meteen oplossingen aandragen. Hoe goedbedoeld ook, dat is iets anders dan oprechte interesse. Houd je eigen mening dus zoveel mogelijk voor je en geef je kind de tijd om zijn verhaal te doen, zonder steeds in te breken. Zeg pas daarna wat je zelf vindt. Bij pubers geldt in het bijzonder dat luisteren minstens zo belangrijk is als praten. En houd er rekening mee dat je kind niet álles met je wil of hoeft te delen. Dat hoort erbij; sommige onderwerpen passen nu eenmaal beter bij leeftijdsgenoten.

3. Komt het uit?

Niet alleen jouw hoofd moet leeg zijn om een goed gesprek te voeren, je kind moet ook openstaan voor een gesprek. Als het de avond ervoor flink op stap is geweest, net thuiskomt na een lange schooldag of ruzie heeft gehad met een vriend, is dat misschien niet het juiste moment. Respecteer het als je kind aangeeft niet te willen praten, maar wees wel duidelijk dat het gesprek er later alsnog komt. Andersom hoef je je als ouder ook niet onder druk te laten zetten om meteen antwoord te geven op een vraag van je puber; ook dan mag je aangeven dat je er even over wilt nadenken en een moment afspreken om verder te praten.

Goed om te onthouden: vaak ontstaan de beste gesprekken tijdens gewone dagelijkse bezigheden. De meeste jongeren vinden dat prettiger dan een gesprek waar je speciaal voor gaat zitten. Als je samen met iets bezig bent, kan je kind makkelijker even het oogcontact vermijden als het lastig wordt. Zorg er dus voor dat je, ook al is je kind ouder en zelfstandiger, toch veel thuis samen bent, zodat je die dagelijkse momenten kunt benutten. Ook aanknopingspunten uit het dagelijks leven helpen: een scène in een serie of film, een incident op school of een artikel in de krant.

4. Let op je gesprekstechnieken

Een volgende basisregel is dat het gesprek niet moet verzanden in “praten tegen” in plaats van “praten met”. De kunst is om vragen te stellen die je kind uitnodigen om verder te vertellen. Open vragen als “Hoe was dat voor jou?” leveren vaak verrassende antwoorden op. Je kunt ook een suggestie doen (“Kan het zijn dat je … omdat je …?”), maar let op dat je niet te veel invult hoe je kind zou voelen of denken, want dan loop je het risico dat het zich afsluit. Stel ook niet te veel vragen achter elkaar; je wilt een gesprek, geen verhoor. En bespreek één onderwerp per keer. Ga er niet van alles bij halen omdat je blij bent dat je eindelijk in gesprek bent; dat schrikt je kind een volgende keer juist af.

5. Wees een veilige haven

Als je wilt dat je puber het gevoel heeft met alles bij je terecht te kunnen, is het belangrijk dat je kind zich veilig voelt om te vertellen. Vaak lopen gesprekken over gevoelige thema’s stroef, omdat je puber bang is voor wat je ervan zult vinden. Probeer dus zo neutraal mogelijk te reageren, ook als je iets hoort waar je een duidelijke mening over hebt. Luister eerst oprecht en stel open vragen, en kom niet meteen met oordelen, adviezen of oplossingen. Wil je je kind toch aanspreken op een voorval? Let er dan op dat je het gedrág afkeurt, en niet je kind als persoon. Je mag prima aangeven dat je je boos of teleurgesteld voelt, en je kind vragen hoe het de situatie denkt op te lossen.

6. Fouten zijn oké

In het verlengde van de vorige tip: het is belangrijk dat je je puber de ruimte geeft om fouten te maken, daarvan te leren en ze te herstellen. Zo leer je je kind verantwoordelijkheid te dragen. Laat je kind zelf oplossingen bedenken voor problemen die door zijn eigen handelen zijn ontstaan. Wees daarbij niet te kritisch: als je de ideeën van je kind meteen van tafel veegt, is de kans groot dat het gesprek klaar is. Neem de oplossingen die je kind bedenkt serieus, ook al heb je twijfels, en kijk samen naar de haalbaarheid. Waarschijnlijk komt je kind dan zelf tot de conclusie dat een idee misschien toch niet zo goed is. En zo niet: waarom zou je je kind dat niet zelf laten ervaren? Misschien pakt het beter uit dan je had verwacht, en anders is je kind weer een ervaring rijker.

7. Gun jezelf en je puber een pauze

Merk je dat de emoties te hoog oplopen om nog rustig en onbevooroordeeld te luisteren? Of lukt het je kind op dat moment niet om rustig te praten? Probeer dan niet koste wat kost toch het gesprek te voeren. Het is prima om even rust in te lassen en af te spreken dat jullie er later op terugkomen. Zo kunnen jullie allebei laten bezinken wat er gezegd is en misschien tot nieuwe inzichten komen. Soms helpt het ook om eerst allebei op te schrijven wat je wilt zeggen en dat aan elkaar te laten lezen. Zo creëer je ruimte om na te denken voordat je reageert.

8. Houd het positief

Als het contact tussen jou en je kind een tijdje moeizaam gaat, kan er makkelijk een negatieve spiraal ontstaan, waardoor de afstand groter wordt. Probeer dat te voorkomen. Waak ervoor dat je het gedrag van je kind te veel op jezelf betrekt of ziet als een persoonlijke aanval. Pubers verzetten zich meestal niet om jou af te wijzen, maar omdat ze worstelen met zichzelf. Juist omdat ze weten dat ze jou niet zomaar kwijtraken, voelt het veiliger om zich op jou af te reageren dan op hun vrienden. Die wetenschap kan je helpen om je kind positief te blijven benaderen, hoe bont het het ook maakt. En al lijkt het soms alsof je kind je niet hoort: blijf complimenten geven voor de dingen die het wél goed doet, hoe klein ook. Bijvoorbeeld: “Lief van je dat je je vriendin even naar huis bracht.” Ook als je het niet met elkaar eens bent, kun je je kind laten merken dat je het fijn vindt dat het heeft verteld hoe het erover denkt.

Tipsheet: praten met je puber

Alle tips overzichtelijk op een rij, om te bewaren of uit te printen.

Download de tipsheet (pdf)

Deze tips zijn gebaseerd op informatie van JM Ouders, Loes, Opvoedadvies.nl en Psychologie Magazine.

Meer over de puberteit

Wil je verder lezen? In onze wegwijzer en blogs vind je meer over opgroeien en opvoeden in de puberteit.

Wegwijzer: over de puberteit Cursus: Puber in huis